Oud tbc-sanatorium in Belgisch kasteel

Het kasteel de Lovie (Poperinge) deed vanaf 1930 dienst als sanatorium. Jaarlijks werden er 500 tbc-patiënten opgevangen en behandeld. Toen er in 1960 nog maar 18 patiënten overbleven, sloot het sanatorium de deuren.

 

Kunstmatige klaplong

“Voldoende bedrust en gezonde lucht vormden de basis van een tbc-behandeling vóór de Tweede Wereldoorlog”, vertelt Johan Sierens, de jongste zoon van de vroegere geneesheer-directeur van het sanatorium. “Voor sommigen kwam daar nog een kunstmatige klaplong bij. Met een naald werd lucht gebracht tussen de longvliezen, zodat de zieke long in elkaar klapte en ‘in rust’ ging.”

Zo werden er in het sanatorium jaarlijks 500 mannelijke patiënten behandeld. De vrouwen hadden hun eigen ruimte in Brugge. Een wasserij, slagerij, bakkerij, moestuin, … het domein waarop het sanatorium stond was als een mini-dorp voor de bewoners. Zo moesten zij hun ‘quarantaineplaats’ voor geen enkele reden verlaten tijdens hun zes maanden lange behandeling.

10 keer per dag handen wassen

Johan, zijn 3 broers en zijn zus woonden tegenover het kasteel. Jaarlijks werden zij door hun vader preventief onderzocht op tbc. “Mijn vader was als de dood dat we besmet zouden raken, we moesten wel tien keer per dag onze handen wassen.”

13.000 dodelijke slachtoffers per jaar

Begin vorige eeuw stierven er in België nog jaarlijks 13.000 mensen aan tbc. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de behandeling in een stroomversnelling met de komst van antibiotica. Tbc raakte stilaan onder controle en het aantal patiënten nam evenredig af. Toen het sanatorium in 1960 nog maar 18 patiënten telde, gingen de deuren dicht.

Het sanatorium zelf in het kasteel wordt binnenkort een ontmoetingsplaats voor mensen met en zonder beperking. Meer info vind je op www.delovie.be.