Guinee

Guinee

Omschrijving

Door haar vele natuurlijke rijkdommen is Guinee één van Afrika’s rijkste landen. Toch behoort de bevolking tot de armsten in West-Afrika. Daarbovenop heeft slechts 1/3 van de Guineese bevolking toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg. Een aanzienlijk deel van de tbc-patiënten blijft er daarom onbehandeld.

  • Project Tuberculose
  • Start project 2007
  • Medewerkers Damiaanactie 7 (waarvan 1 expat)
test-alt

Laatste cijfers

  • 9105 patiënten startten een behandeling op
  • 198 patiënten kregen extra sociaal-economische hulp
  • We openden 1 nieuw centrum voor de behandeling van multiresistente tbc
  • 90% van de tbc-patiënten genas; 5% meer dan het wereldwijd gemiddelde

Actieve opsporing met mobiele app

Een mobiele app vergemakkelijkt de actieve opsporing van tbc-patiënten in Conakry. Na het proefproject op de Comoren zal er in Conakry, Guinée voortaan ook gebruik gemaakt worden van de applicatie Open Data Kit Collect (ODK) voor de actieve opsporing van (multiresistente) tbc-patiënten.

ODK is een gratis app die klinische, demografische én geografische gegevens van tbc-patiënten in kaart brengt. Endemische zones worden bepaald waardoor mensen die in nauw contact leven met tbc-patiënten tijdig gescreend kunnen worden. De software Quantum Geographic Information System vergemakkelijkt dan weer de tbc-controletechnieken. Beide tools moeten ervoor zorgen dat het aantal nieuwe besmettingen daalt.

Makhissa kreeg multiresistente tbc op 8 maanden oud

Makhissa Camara (2,5 jaar), raakte besmet met multiresistente tuberculose (MDR-TB) toen ze nog maar 8 maanden oud was. Ze was een van de eerste personen in Guinee die de 9 maanden behandeling voor MDR-TB kreeg. Het was dr. Souleymane, de vertegenwoordiger van Damiaanactie in Guinee, die haar medicijnen iedere dag in 2 sneed om de juiste dosis voor het kleine meisje te bekomen.

“Ze was zo jong toen ze ziek werd”, vertelt haar grootvader, Boubacar. “We waren bang dat ze het niet ging halen. Maar dankzij Damiaanactie is Makhissa er vandaag nog.”